LIEDJES
De basis van alle liedjes wordt gevormd door de driestemmige zangpartijen. Accordeon (of soms piano), contrabas en evt. kleine percussie worden daar later aan toegevoegd. Dat is het basisrecept van Mama Roux waar ze live mee optreedt.Voor de diversiteit van de cd's is echter ook gebruik gemaakt van gastmuzikanten. Kopen? Ga naar het menu "koopwaar".
LUISTEREN:
Get Flash to see this player.
Get Flash to see this player.
LEZEN:
Hij wil emigreren naar een ver en prachtig land.
Niets zal hem ontberen leest een ambtenaar
zijn hand.
Hij is dolverliefd op plaatjes en een meid,
Maar zijn hartediefje wil nog wat respijt
Voordat ze haar woninkje verruilt
voor't ongewis,
Land van melk en honing dat zo ver van Holland is.
Liefje, liefje,
Ik wacht wel in Amerika.
In alle vreemde nachten
Blijf jij in mijn gedachten.
Kom mij snel achterna.
Blind voor het gevaar betaalt hij grif de hoge prijs.
Al wat hij gespaard heeft, steekt hij in de lange reis.
Ziek van het gedein op het zoute plein,
Moederziel alleen met vreemden om zich heen,
Komt hij in zijn pak gekleed met holle ogen aan,
Wacht er in barakken op een slecht betaalde baan.
Liefje, liefje,
Ik wacht hier in Amerika
In alle bange nachten
Blijf jij in mijn gedachten.
Kom mij snel achterna!
Kom, geef me je hand, onderneem die lange reis.
Ik koop ons wat land in het aardse paradijs.
Kom hier in mijn droom en ik kus je op je mond,
Daar onder die boom op ons eigen stukje grond.
Hij is in gedachten bij zijn liefje overzee,
Wil z'n leed verzachten en belandt in het café.
Meestal wordt het laat, slaapt hij op de straat.
Altijd heeft ie dorst en zingt uit volle borst:
'Aan dit land verbind ik mij en aan z'n goeie wijn,
Want ik heb een vrind ontmoet en hij is kastelijn'.
Liefje, liefje,
Ik wacht hier in Amerika
In alm'n dronken nachten
Blijf jij in mijn gedachten.
Kom mij gauw achterna.
Dan verschijnt een wijf dat hem
voor eeuwig aan zich bindt
Zij verkoopt haar lijf en hij
verwekt bij haar een kind.
Het appeltje is zuur, goede raad is duur.
Zeker na de daad komt goede raad te laat.
Voor zijn goed fatsoen wordt hij haar man
en koopt een huis.
't kost 'm al zijn poen
en geen moment voelt hij zich thuis.
Liefje, liefje,
Ik wachtte in Amerika
Maar één van al die nachten,
Ontschoot je mijn gedachten.
'k Ging de fluit achterna.
Vaarwel mooie dromen, vaarwel mijn hartendief.
Je zult niet meer komen, maar 'k heb je eeuwig lief.
Vaarwel mooie jaren, vaarwel mijn paradijs.
Ik laat je nu varen en eeuwig duurt mijn reis.
O land van mest en mist,
van vuile, koude regen,
doorsuiperd stukske grond,
vol kille dauw en damp,
vol vuns, onpeilbaar slijk
en ondoorwaardare wegen,
vol jicht en paraplu's,
vol kiespijn en vol kramp!
O saaie brijmoeras,
o erf van overschoenen,
van kikkers, baggerlui,
schoenlappers, moddergoôn,
van eenden groot en klein,
in allerlei fatsoenen,
ontvang het najaarswee van uw verkouden zoon!
Uw kliemerig klimaat maakt mij het bloed
in de aderen tot modder;
'k heb geen lied,
geen honger, vreugd noch vreê.
Trek overschoenen aan,
gewijde grond der Vaderen,
gij - niet op mijn verzoek -
ontwoekerd aan de zee.
tekst: P.A. de Génestet
Help ons gauw en zet de zakken aan de dijken;
wat als nou het water dondert in ons huis?
Berg je geld en sta daar niet zo stom te kijken;
't is pas veilig achter slot in een kluis.
Vul je kasten met zoveel mogelijk eten;
als het oorlog wordt, dan is het te laat.
Baar geen zonen, want je krijgt op je geweten
dat ze sterven aan het front als soldaat.
Oh, help ons uit onze nood.
Help ons; straks gaan we dood.
Rook en drink niet; dat beschadigd je gezondheid.
Word je ziek dan heb je vreselijke spijt.
Doe je jas dicht, want een simpele verkoudheid
kan fataal zijn en wees liever op tijd
met het kopen van een plekje op het kerkhof;
na een ramp is vrijwel alles bezet.
Zorg ervoor dat je alarmsysteem goed werkt.
of neem een waakhond die een inbraak belet.
Oh, help ons uit onze nood.
Help ons; straks gaan we dood.
Als je oud bent, ben je blij om al je zorgen,
ben je blij dat je als enige nog leeft.
Denk dus goed aan alle rottigheid van morgen
als je waarlijk om de ouderdom geeft.
Wat is fijner dan te midden van bejaarden
weg te kwijnen als de kroon op je werk?
Niets herken je, zelfs het kind niet dat je baarde,
maar het lichaam blijkt verschrikkelijk sterk.
Oh, help ons uit onze nood.
Help ons; waar blijft de dood?
Alteveer, Nederland, jaar 1860,
mijn dierbare zoon Jan,
Het schoolhoofd, je goede vriend
Wim van der Velde,
schrijft dit, omdat ik dat niet kan.
Je broers vonden allemaal werk
in het westen.
Het huis is zo triestig en leeg.
De aardappeloogst is weer danig mislukt,
tot de helft waar ik niets meer voor kreeg.
Je zuster Geertruida en Willem van Oortwijn
gaan trouwen in juni dit jaar.
Je moeder wil graag dat je stopt
met de spoorlijn
en dat je weer terugkomt bij haar.
Alteveer, Nederland, jaar 1870, dierbare zoon Jan,
De groeten aan vrouw en vier kinderen,
dat ze gezond mogen zijn, levenslang.
Daen heeft zich weer in de nesten gewerkt.
Wanneer wordt ons dat nou eens bespaard.
Door duisternis valt nu de turf niet te steken
dus hebben we niks voor de haard.
Geertrui is gelukkig, ze heeft al zes kinders.
Ook jij bent vernoemd bij haar thuis.
Je schrijft dat je werk hebt, maar niet wat je doet
en wanneer kom je weer eens naar huis.
Alteveer, Nederland, jaar 1880, mijn dierbare zoons Jan en Daen,
Ik heb niet zulk opgewekt nieuws tot mijn spijt.
Jullie moeder is heengegaan.
We zeiden vaarwel bij de kerk in ons dorp.
Jullie broers en Geertrui waren daar.
Maak je geen zorgen, haar lijden was kort.
Als we bidden gedenken wij haar.
Wat fijn om te lezen dat Daen weer terugkomt,
met geld vindt hij vast een stuk land.
Voor weinig verkopen de mensen hun grond;
met de oogst was weer veel aan de hand.
Alteveer, Nederland, jaar 1890 dierbare zoon Jan,
Ik ben nu al tegen de tachtig mijn jongen
en mis je al dertig jaar lang.
Doordat je me geld stuurde ben ik zelfstandig
en woon ik nog altijd hier thuis.
Daen heeft inmiddels een woning gebouwd
en Geertrui heeft haar dochters uit huis.
Bedankt voor de foto met al je familie.
Het lijkt me een heel aardig stel.
Je schrijft dat je erover denkt om te komen.
Wat fijn zou dat zijn, kom maar snel.
Alteveer, Nederland, jaar ‘92, dierbare broer Jan,
Het spijt me dat ik je niet eerder berichtte.
Voor vader had God een nieuw plan.
Hij woonde bij Geertje, ze hield hem gezond
en hij had tot het eind goeie zin.
Je had moeten zien hoe hij speelde aldaar
met de kleinkinders van je vriend Wim.
We legden hem naast onze moeder te rusten
op ‘t Alteveers kerhof, vooraan.
Hij was een heel sterk en ook moedig oud man
als je denkt aan zijn harde bestaan.
Bijzonder hoe hij steeds van jou bleef verhalen
Je naam klonk in zijn laatste zucht.
Ach, denk er eens over om over te komen.
We zien je zo graag nog eens terug.
Tekst: Peter Jones
Oorspronkelijke titel: Kilkelly
Vertaling: Mieke Rous
Ooit zou zij 'm tegenkomen:
hij, de jongen uit haar dromen.
Sneller zou haar bloed gaan stromen.
Hij zou bestaan
en zou haar laten blijken
dat hij naar haar stond te kijken,
dat het hem wel iets zou lijken
om (een tijdje) met haar te gaan.
Gaandeweg zou 't haar gaan dagen.
Dan zou zij haar pas vertragen
en ze zou het even wagen
te blijven staan.
Hij zou beslist bereiken
dat ze even om zou kijken.
Dat moment zou uren lijken
voordat ze de hoek om zou gaan,
voordat ze zou gaan.
Zou ze gaan?
Zou ze dan nog gaan?
Nu is er een eind gekomen,
aan haar jeugd en aan haar dromen.
Weldra stopt het bloed met stromen
als 't hart blijft staan
en niemand liet ooit blijken
dat ze 't waard was te bekijken,
dat het hen wel iets zou lijken
om (een tijdje) met haar te gaan.
Gaandeweg was haar gaan dagen
dat de mannen haar niet zagen,
dat ze het maar moest verdragen,
't eenzaam bestaan
met niemand aan haar zijde,
niemand die voor haar zal strijden.
Niemand zal haar begeleiden
als ze zo de hoek om zal gaan,
als ze zo zal gaan.
Ze zal gaan.
Eenzaam zal ze heengaan.
Hoor de ronselaars in de straten.
Ze bewijzen ons een grote deugd;
maken jongens tot soldaten,
hebben werk te doen voor onze jeugd.
Word een held, verdien je eigen geld,
verdedig land en dorp, bescherm het ouderhuis.
Wees niet bang, de oorlog duurt niet lang
en voor je 't weet ben je weer veilig thuis.
Hoor de legers door de straten.
Ze marcheren op het pad der deugd.
Hoor het krijgslied der soldaten
over heldendom en oorlogsvreugd'.
Wij staan klaar, we vechten voor elkaar
en voor het welzijn van ons volk en vaderland.
Kom maar op, vijand, je krijgt de strop
en voor je 't weet zijn jullie overmand.
Hoor de kogels en granaten
smoren ieder moedig krijgerslied.
Hoor het kermen van soldaten
met een heldendood in het verschiet.
Help me heer, ik wil dit echt niet meer,
ik heb zo'n heimwee naar het dorp en 't ouder huis.
Ik ben bang, de oorlog duurt zo lang,
oh was ik nog maar bij mijn moeder thuis.
Laat ons drinken op de helden tussen de granaten,
die de toekomst veilig stellen, strijdend aan het front
en laat ons drinken op de helden die het niet meer baten,
zij die het niet navertellen, diep onder de grond.
Hoor de legers door de straten.
Ze marcheren daar uit naam der deugd.
Schaamteloos stuurt men soldaten
naar het kerkhof van onze jeugd.
Maar wees toch blij; de wereld wordt weer vrij
als onze zoon de oorlogstroepen straks versterkt.
Dat gevecht is in een mum beslecht
en ons verlies blijft relatief beperkt.
Midden op het plein in de maneschijn,
drinken wij een glaasje wijn, ja we drinken wijn.
Wat is het fijn hier met jou te zijn.
En hoor de wind in de bomen zingt en gonst.
Hoor hoe zijn toon nu klinkt met ons.
Laat ons sjansen en laat ons dansen,
want hoor hoe mijn hart het ritme bonst
van 't refrein en de maneschijn
en het mooie plein waar we samen zijn.
Op het plein, midden op het plein in de maneschijn,
drinken wij een flesje wijn, ja we drinken wijn.
Wat is het fijn hier met jou te zijn.
Aan de rand van het plein ligt een zwerver.
Niemand kent zijn pijn en zijn verdriet,
want die man is voor hen de bederver
van de schoone schijn.
Kijk maar niet.
En hoor de wind...etc
Midden op het plein in de maneschijn,
drinken wij de flessen wijn, ja we drinken wijn.
Wat is het fijn hier met jou te zijn.
En hoor de wind...etc.
Midden op het plein in de maneschijn,
drinken wij de vaten wijn tot we vrolijk zijn.
Wat is het fijn in de schoone schijn.
Aha!
